De nieuwe ministers van het kabinet Chan Santhokhi/Ronnie Brunswijk zijn in het weekend aangescherpt, zodat zij een solide start kunnen maken op de ministeries waar zij de leiding zullen hebben. Het regeerteam is in het voorbije weekend in een tweedaagse retraite bijeengenomen in het Courtyard by Marriott hotel, waarbij verschillende deskundigen presentaties gaven met betrekking tot beleid, comptabiliteit, bestuur, leiderschap, media en protocol. De presentaties van zaterdag en zondag zullen een goed uitgangspunt zijn voor de bewindslieden om op een solide manier te beginnen met de werkzaamheden op hun ministeries.
De verschillende ministeries zijn op 17 juli protocollair overgedragen aan de nieuwe bewindvoerders. De nieuwe leidinggevenden zullen volgens minister Albert Ramdin hun respectieve departementen in de komende maanden en jaren beter leren kennen. Ramdin is in het nieuwe kabinet minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking tevens eerste vervanger van vicepresident Brunswijk.
Na hun overname op de nieuwe werkterreinen is er op het Kabinet van de President een eerste regeringsvergadering geweest, waarbij onder andere de aspecten van overname aan de orde zijn geweest. Minister Ramdin zegt dat er nog wat werk te verzetten is, in termen van het doorlopen van de directoraten. De bewindsman onderstreept wat president Santokhi steeds heeft benadrukt, namelijk dat ministeries er zijn om beleid uit te voeren en geen bezit zijn van partijen. Voor de effectiviteit van dat uit te voeren beleid is het van belang dat de ministers worden aangescherpt.
Zij zullen met wat zij dit weekend hebben meegekregen een eerste indicatie hebben van wat van hun verwacht wordt. De eerste vervanger van de vicepresident benadrukt dat het nieuwe ministersteam inmiddels instructies heeft gekregen van wat van hun verwacht wordt tot en met eind juli. De ministers zullen heel scherp worden gemonitord voor wat betreft de uitvoering.
Ramdin: “Er is geen tijd om te slabakken. We gaan op een andere manier moeten werken en vandaar dat we een beroep doen op eenieder, ongedacht van waar ze komen, dat zij hun bijdrage leveren. Belangrijk is dat de ministers nu weten wat de situatie is.”
Bron: srherald.com

